25 Seconden om de storm te bezweren

Met de komst van orkaan Irma kreeg minister Plassterk ook een paar stormen over zich heen. Het begon al de dag nadat de orkaan over Sint-Maarten was getrokken en de totale ravage zichtbaar werd: een journalist van het Journaal klampte de bewindspersoon aan met de vraag: “Is de noodhulp niet èrg laat op gang gekomen?”

In typologie van interviewers scharen wij zo’n vraagsteller onder ‘de pijltjesgooier’: de interviewer die kijkt of hij iemand kan irriteren met een vooronderstelling die wellicht kan leiden tot een mooie bekentenis of spannende uitspraak. Interview-technisch prima, maar het is goed om de verstopte valkuilen te herkennen: allereerst de implicatie dat de noodhulp laat op gang is gekomen. Ga daar maar eens iets tegenin brengen, ook al is de orkaan net een dag weg. Voor je het weet ben je een welles-nietes discussie met de journalist aan het voeren die je natuurlijk nooit wint. De tweede dieperliggende (impliciete) vooronderstelling is, dat je als minister medeschuldig bent voor de plundering en wanorde op het eiland. Dat had de regering toch moeten voorkomen, zou je denken? Ook niet eenvoudig om in 25 seconden uit te leggen dat dit iets ingewikkelder ligt bij een natuurramp.

En hoe deed Plassterk dit? De door de wol geverfde politicus gaf natuurlijk geen antwoord op de vraag, maar kwam met zijn eigen boodschap: dat alle aandacht uitging naar de getroffen slachtoffers op het eiland, dat het de ernstigste ramp is die het eiland ooit heeft meegemaakt, dat alles op alles wordt gezet om zo snel mogelijk alle noodzakelijke hulp te bieden met water, voedsel, medicijnen en militaire ondersteuning om de orde te helpen handhaven. Kortom, empathie en fact based informatie die daadkracht uitstraalt. Zorgen dat je de valkuilen en negatieve vooronderstellingen omzeilt, die verstopt in de vraag zitten. En dat in pakweg 25 seconden.

Ging het vlekkeloos? Niet helemaal. Plassterk heeft de neiging in zijn mimiek een grote glimlach op te zetten bij het woordvoeren. Dat staat vaak positief en vrolijk. Behalve in dit geval. Bij een ramp moet je niet lachen. In de eerste seconde was de grijns er, maar hij bedacht zich direct: ‘Hier hoort een serieus gezicht bij’. Die ene seconde bleef maar even hangen. De journalist had geen tijd meer om door te vragen, item klaar. Dit keer geen uitglijdende minister.

Als trainer bij MessageLab plaats ik interviewers vaak in categorieën. Zoals de eerder omschrijven ‘pijltjesgooier of ‘de mitrailleur’ die veel en snel vragen stelt, zonder dat je in staat wordt gesteld goed antwoord te geven. Je hebt verder ‘de verdachtmaker’, die verdachtmakingen inbouwt in de vraag. Of ‘de omschrijver’, die net iets anders omschrijft dan jij hebt gezegd. Als je als geïnterviewde in staat bent om de interviewer snel te typeren, houd je balans in het interview en beland je niet in de underdogpositie. Het allerbelangrijkst is echter om je kernboodschap paraat te hebben.

Zelfs voor ministers, die dagelijks met dit interview-bijltje hakken, blijft oefenen en voorbereiden de sleutel in het voorkomen van uitglijders. Er staat immers veel op het spel. Ook voor u?

Eric Eggink

Eric Eggink traint al tientallen jaren topmensen uit het bedrijfsleven en overheid op het gebied van interviewtechniek, omgaan met media, formuleren van kernboodschappen en personal profiling. Daarnaast is Eggink communicatieadviseur voor tal van organisaties en trainer van MessageLab.